Altijd maar doorbijten?

Altijd maar doorbijten?

Burn-out. Vroeger heette dat ‘overspannen zijn’, en ik ben het twee keer geweest. De eerste keer was een paar jaar na mijn afstuderen. Ik had inmiddels een mooi bedrijfje opgebouwd, ik had het druk. Ik was de manager, en ik stuurde mijn freelancers aan. Ik kreeg een stagiaire op kantoor en ik had een part-time accountmanager die samen met me de zaak draaiend hield. Totdat ineens alles te veel werd. Ik weet er niet veel meer van, van die tijd. Ik heb alle lopende opdrachten afgehandeld, de part-timer vond een nieuwe baan, de stagiaire was net klaar, en ik lag een paar weken in bed, onder een deken. Gelukkig had ik een geldbuffertje opgebouwd zodat ik me daarover geen zorgen hoefde te maken.*

Langzaam maar zeker klom ik uit dat dal omhoog, en ik wist dat het niet meer kon, zo’n middelgroot bedrijf. Dus werd ik eenpitter. Alles in mijn eentje, alleen vertalen wat ik aankon. Langzaam maar zeker kon ik ook steeds meer aan, en nog meer, en nog meer. Ik was een one-woman-show, maar wel een hele goede, ik werkte 60, 70 uur per week, easy peasy!

En toen ineens: licht uit! Ik weet het nog goed, ik was op stap geweest, kwam thuis, stond voor de badkamerspiegel en ik heb alles bij elkaar gegild van frustratie. Toen heb ik mijn zusje gebeld (die een baby van een paar maanden had), en die is midden in de nacht, met baby, naar me toegekomen, is met me in bed gaan liggen en heeft me in slaap gesust. De volgende dag zat ik bij de huisarts. Ik kreeg strikte orders om drie maanden absoluut niks te doen. Ik mocht zelfs mijn lopende opdrachten niet afhandelen, zelfs dat heeft mijn zusje gedaan. Ik was zo moe, ik heb twee maanden alleen maar geslapen. Ik sliep in bed, ik sliep op de bank, ik kon niet naar de winkel, zo moe was ik. Na twee maanden begon ik me wat beter te voelen en zette ik voor het eerst de computer weer aan. Dat duurde twee minuten, ik was zo bang geworden voor mijn mails dat ik er misselijk van werd. De rest van die derde maand heb ik elke dag heel voorzichtig geprobeerd om toch maar de computer aan te zetten. Aan het einde van de drie maanden ben ik met mijn moeder een weekend naar een kuuroord geweest, en toen ben ik, zo goed en zo kwaad als het ging, weer aan de slag gegaan.*

Maar ik had wel een paar lessen geleerd. Ik moest niet meer zo veel werken. Dat was moeilijk, ik ging van 65 uur per week naar 10 uur per week, ik was in het begin bijna niet belastbaar. Heel langzaam heb ik dat opgebouwd, 20 uur, 30 uur. Tegenwoordig, 12 jaar na die laatste keer, probeer ik absoluut niet meer te werken dan 40 uur per week. Een andere les die ik had geleerd: als het niet goed voelt, moet je het niet doen. Ik had de gewoonte aangeleerd om nooit nee tegen de klant te zeggen. Zo ben ik deels opgevoed, maar deels was dat ook iets wat ik zelf vond dat moest. Je moest altijd maar doorgaan, nee zeggen was zwak en dan zou de klant je niet meer willen. Dat heb ik dus losgelaten. Ik was een perfectionist, ik mocht niks laten merken als het niet ging, maar nu weet ik dat dat allemaal onzekerheid was. Ik ben tegenwoordig ouder en wijzer, en weet dat ‘opgeven’ soms gewoon het beste is. Niet dat ik het zonder moeite of overwegingen doe hoor!

Zo ook vandaag. De laatste tijd heb ik heel onregelmatig gewerkt, soms 20 uur per week, maar andere weken met gemak weer 60 uur. Ik had het zelf niet echt in de gaten, dat het weer zo was opgelopen. Ik voelde wel af en toe een donker wolkje over mijn hoofd trekken, maar dat jaagde ik weg… Tot nu. Twee dagen geleden werd ik ingezet voor een groot medisch project. Op zich echt helemaal mijn ding, dus ik verheugde me erop. Maar de instructies die bij het pakket hoorden, waren ontzettend uitgebreid en het was een soort van keurslijf waarin de opdrachtgever zijn vertalers wil dwingen waar ik, sinds alle overspannenheden, niet meer goed tegen kan. Over het algemeen doe ik heel graag mijn werk, maar het  wordt wel moeilijk om de leuke dingen van een vertaling te zien als je, voordat je kan beginnen aan een project, eerst een hele studie moet volgen: stijlgids van ettelijke pagina’s, lijst met termen die je niet mag vertalen, kwaliteitscontrolelijst, woordenlijst, er moet een extra app voor het vertaalprogramma worden gedownload, er moeten speciale vragenlijsten worden bijgehouden. Ik was een uur bezig en had nog niks vertaald. En ineens zat ik te huilen boven mijn toetsenbord. Dit wil ik niet, dit gaat ten koste van mijn gezondheid. En dus heb ik de klant gemeld dat ik mezelf moest terugtrekken uit het project. Ik haat mezelf als ik zoiets moet doen, het is een nederlaag, het is opgeven. Maar toch doe ik het, want ik kies voor mezelf. Er komt wel weer een andere opdracht, eentje die niet, als een Dementor bij Harry Potter, het leven uit me zuigt.

*) dit is de extreem korte versie; omdat ik het nog steeds moeilijk vind om aan die tijd terug te denken, ga ik er verder niet op in.